(4)
may already exist, and of which the term has not yet expired.
Moreover, one remains free and unencumbered to give notice to the public of the nature and value of literary and artistic works published in print in magazines, by means of abstracts and reviews.
6. To be able to claim the copyright described in art. 1 and 2, all literary and artistic works, published in print after the promulgation of this Act in the Netherlands, with every kind of publication, and at a first print as well as at reprinting of the same, have to comply with the following requirements, namely:
a. That the work be printed at a Dutch printing house;
b. That the work have a Dutch publisher, and his name be printed, either alone, or together with that of a foreign co-publisher on the title page, or in the absence of a title page, where it is most appropiate, with indication of his residence and the time of publication.
c. That of each work, before or simultaneously with the publication, will be deposited by the publisher, against receipt, three copies of which one is signed by himself on the title page, or, in the absence of a title page, on the cover, including the date and a written statement of a
(4)
werpen reeds mogten bestaan, en waarvan de termijn als nog niet is verstreken.
Overigens blijft het vrij en onverlet om in tijdschriften, door middel van uittreksels en beoordeelingen, den aard en de waarde van in druk uitkomend letter- en kunstwerk aan het publiek te doen kennen.
6. Om het in art. 1 en 2 omschrevene kopijregt te kunnen eischen, moet alle, na de afkondiging dezer wet in de Nederlanden in druk uitkomend letter- of kunstwerk, bij iedere soort van uitgaaf, en zoo wel bij een eerste druk als bij herdruk van hetzelve, aan de navolgende vereischten voldoen, te weten:
a. Dat het werk gedrukt zij op eene nederlandsche drukkerij;
b. Dat het werk eenen nederlandschen uitgever hebbe, en diens naam, of alleen, of vereenigd
met dien eener buitenlandsche mede-uitgever op den titel, of bij gebrek van titel, waar dit het voegzaamst is, gedrukt zij, met aanwijzing zijner woonplaats en van den tijd der uitgave.
c. Dat van elk werk, voor of gelijktijdig met de uitgave, door den uitgever drie exemplaren, waarvan een door hem op den titel, of, bij gebrek van titel, op de voorzijde eigenhandig geteekend, met bijvoeging der dagteekening en van eene schriftelijke verklaring van eenen